Na twee intensieve dagen, niet alleen fysiek door al het geslenter, maar vooral door de vele indrukken die we hadden opgedaan, besloten we er vandaag een echte vakantiedag van te maken. Geen wekker, geen planning en geen race tegen de klok. Gewoon wakker worden wanneer we daar zin in hadden en rustig opstarten.

Na het ontbijt deed ieder lekker zijn eigen ding. De één zat geconcentreerd te kleuren, de ander werkte haar journal bij. Er werd ook weer druk gemoord… althans, digitaal dan, in Murdle. Zelf dook ik achter de laptop om de belevenissen van gisteren uit te werken voor het blog.

De middag verliep minstens zo ontspannen. Er werden wat spelletjes gespeeld, af en toe werd er een drankje gepakt en voor we het wisten was het alweer half vier. Tijd om onszelf een beetje op te frissen, want we hadden besloten om naar Port-en-Bessin-Huppain te wandelen.

Port-en-Bessin-Huppain is een sfeervol vissersdorpje aan de Normandische kust. Het dorp staat vooral bekend om zijn actieve vissershaven, waar dagelijks nog volop wordt gewerkt. Waar veel kustplaatsen vooral op toeristen gericht zijn, voelt Port-en-Bessin nog echt als een werkende havenplaats. Langs de kades liggen vissersboten af en aan te varen, terwijl de vele restaurants hun vis rechtstreeks uit de haven halen. Juist die combinatie van toerisme en een authentieke visserssfeer maakt het een gezellige plek om rond te wandelen.

Volgens Bianca konden we “gewoon even” via de achterkant van de camping naar het dorp lopen. “Het is maar anderhalve kilometer,” zei ze nog.

Wat ze er niet bij vertelde, was dat de laatste tweehonderd meter zo steil naar beneden gingen dat je bijna een klimtuig nodig had om heelhuids beneden te komen. Terwijl de rest van het gezelschap van het uitzicht genoot, had ik eigenlijk maar één gedachte:

OMG, dit is ook de enige weg terug…

Enfin, rond een uur of vijf liepen we de haven van het dorp binnen, waar direct de eerste restaurants zich aandienden. We besloten eerst maar eens rustig rond te kijken. Bij vrijwel ieder restaurant werd de menukaart bestudeerd. Een aantal sprak ons zeker aan, maar voor Zoey was er vaak weinig keuze.

Uiteindelijk kwamen we uit bij restaurant L’Équipage. Niet direct een zaak waar je voor het uiterlijk naartoe zou gaan, maar er zaten opvallend veel locals. En dat is meestal een goed teken. We besloten het erop te wagen.

De meiden namen een frisje, terwijl Bianca en ik genoten van een glas Pouilly-Fumé, vergezeld door zes dagverse oesters. Die smaakten uitstekend. Sterker nog, ze smaakten zo goed dat we spontaan besloten om er ook maar te blijven eten. We zaten immers heerlijk in het zonnetje met uitzicht op de haven, terwijl de vissersboten rustig langs voeren.

Als hoofdgerecht koos Zoey voor een frisse salade. Emily ging voor een steak tartaar van zalm. Bianca en ik lieten ons verleiden door de coquilles. Een keuze waar we absoluut geen spijt van kregen, want ze waren heerlijk bereid. Ook de zalm van Emily bleek een schot in de roos.

Na het eten brak helaas het minst aantrekkelijke onderdeel van de avond aan.

Diezelfde helling die we op de heenweg bijna abseilend waren afgedaald, moest nu natuurlijk weer omhoog genomen worden. En dat voelde alsof we zonder voorbereiding aan een etappe van de Tour de France waren begonnen. Tegen de tijd dat we boven waren, hadden we allemaal wel wat extra beweging voor die avond gehad.

Eenmaal terug op de camping gingen de joggingpakken aan. Overdag is het heerlijk warm, maar zodra de zon verdwijnt, koelt het hier behoorlijk af. Uiteraard werd er nog een spelletje gespeeld voordat iedereen langzaam afhaakte.

Rond bedtijd zocht ieder zijn eigen kussen op. Na een dag zonder programma, maar met voldoende eten, drinken en beweging, viel daar weinig tegenin te brengen. 😄

One Comment

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *